Is een MRA geschikt voor mij?

Bij snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom zijn verschillende behandelingen mogelijk. In de eerste plaats kunnen patiënten er vaak zelf wat aan doen. Hierbij moet gedacht worden aan gewichtsvermindering, stoppen met roken, 's avonds minder alcohol nuttigen, geen slaapmiddelen meer gebruiken en tegengaan van slapen op de rug (b.v. met een golfbal die in de pyjama ter hoogte van het schouderblad wordt ingenaaid). Bij duidelijke beperkingen van de doorgankelijkheid van de neus- en keelholte kan een operatie door de kno-arts worden overwogen.

Een veelgebruikte optie is continuous positive airway pressure ofwel CPAP (uitgesproken als: siepep). Men slaapt dan met een masker, waarmee door een apparaat via een slang lucht in de neus wordt geblazen. CPAP wordt meestal gebruikt bij patiënten met ernstige en moeilijk te behandelen ademstilstanden tijdens de slaap. Vanwege het geringe comfort is behandeling met CPAP voor sommige mensen erg onplezierig.
Een andere mogelijkheid, die in het algemeen beter wordt verdragen, is een mandibulair repositie-apparaat (MRA). Deze uitneembare beugel houdt de onderkaak 's nachts naar voren waardoor de keelholte openblijft. Hierdoor nemen het snurken en de apneus en hypopneus af. MRA's worden het vaakst met succes toegepast bij licht tot ernstig snurken en licht tot matig OSAS.


MRA

Er bestaan talloze MRA-typen. Een monobloc is een MRA waarvan het ontwerp is gebaseerd op dat van een bij kinderen veelgebruikte orthodontische beugel (activator of 'blokbeugel'). Deze op maat gemaakte plastic beugel bestaat uit één geheel (monobloc) en wordt met speciale metalen klemmetjes aan de kiezen vastgemaakt. Tweedelige typen MRA's bestaan uit afzonderlijke plastic onder- en bovendelen die meestal met elkaar verbonden zijn via een telescopisch mechanisme, flexibele plastic verbindingsdelen, elastiekjes, elkaar aantrekkende magneten of een haakje dat in een oogje past. Een MRA is een effectief hulpmiddel om snurkgeluiden en ademstilstanden tijdens de slaap tegen te gaan. Ook tijdens vakanties e.d. kan een MRA makkelijk worden meegenomen en gedragen. De beugel is echter minder of niet geschikt voor mensen met een bewegingsbeperkingen van de onderkaak, een verhoogde braakreflex, tandenknarsen, een slechte conditie van gebit, tandvlees of kaakbot en een kunstgebit.

MRA

Vervaardiging van een MRA
De tandarts of tandartsspecialist onderzoekt eerst de conditie van het gebit en de omgevende weefsels. Op grond hiervan beoordeelt hij of het zinvol is een MRA te maken. Daarna volgen afspraken waarbij röntgenfoto's, gebitsafdrukken en een beetregistratie worden gemaakt. Het ontwerp van de beugel wordt door een tandtechnisch laboratorium in plastic uitgevoerd. Als het MRA klaar is krijgt de patiënt het apparaat met de nodige instructies mee naar huis. Daarna volgen er afspraken om de beugel indien nodig bij te stellen en de werking ervan te controleren.
Behandelingen met een MRA gebeuren altijd in overleg met de verwijzer (meestal de longarts of kno-arts). Ook de huisarts, tandarts en eventuele andere behandelaars worden van het behandelingsverloop op de hoogte gehouden.


Gewenningperiode
Het vereist vaak enig doorzettingsvermogen om aan een MRA te wennen. De gewenningsperiode verschilt per persoon, maar gemiddeld duurt het zo'n twee maanden voordat men goed aan het apparaat gewend is. De gewenningsproblemen zijn vooral de eerste twee weken het grootst. 's Ochtends zijn de kaakspieren vaak gespannen en kan men een moe gevoel in de kaken hebben. Het gebit lijkt dan ook tijdelijk niet meer goed op elkaar te sluiten. Het is erg aan te raden om 's ochtends vroeg na het wakker worden de kiezen enige keren stevig in de goede stand op elkaar te klemmen. In de loop van de ochtend gaat het gebit weer beter passen. Ook kunnen de tanden, kiezen en het tandvlees gevoelig zijn. Er ontstaan soms blaren achter de ondertanden en aan de binnenzijde van de onderkaak omdat de beugel de onderkaak daar naar voren duwt. Sommige patiënten hebben tijdens het slapen een verhoogde speekselafgifte of krijgen last van een droge mond. Het komt ook voor dat de beugel in het begin 's nachts uit de mond valt. Tijdens de gewenningsperiode nemen de ongemakken geleidelijk af.

MRA

Tandheelkundige behandelingen
Als de vorm van het gebit na uitgebreide tandheelkundige ingrepen (b.v. het maken van kronen of bruggen) erg veranderd is, moet een MRA worden bijgewerkt indien deze niet meer goed past. Bij heel grote veranderingen moet er meestal een nieuwe MRA worden gemaakt. Het daarom verstandig om eventuele uitgebreide tandheelkundige behandelingen voorafgaande aan het maken van een MRA uit te voeren.


Nadelen
Een MRA is een hulpmiddel dat vergeleken met andere behandelingen weinig nadelen en bijwerkingen heeft. Het is vooraf echter niet te voorspellen hoeveel last men van de beugel zal krijgen en of de beugel in voldoende mate zal werken. Bovendien kan de werking van een MRA mede als gevolg van overgewicht, roken, verkoudheid, gebruik van alcohol en slaapmiddelen wisselend zijn.

Behandelingen van snurken en slaapapneu met MRA's zijn relatief nieuw. Er is nog vrij weinig bekend van de resultaten en bijwerkingen van MRA's op lange termijn. Voorlopige onderzoeksresultaten geven aan dat men er rekening mee moet houden dat de stand van het gebit na verloop van tijd iets kan veranderen. Ook kunnen gebitselementen tijdens het dragen van een MRA (door tandenknarsen e.d.) afslijten. Soms kunnen patiënten last van loszittende tandheelkundige voorzieningen en/of kaakgewrichtsklachten krijgen. De rol van een MRA bij het optreden van dit soort problemen is meestal onduidelijk. Deze problemen kunnen namelijk ook heel goed zonder het gebruik van een MRA ontstaan.